Een gemeente van nog geen dertien vierkante kilometer naast een buurman die vijf keer zo groot is, en een berg van 838 meter die over allebei waakt. Zo combineer je de twee Hondóns.
Twee dorpen, een paar kilometer
Hondón de las Nieves en Hondón de los Frailes liggen zo dicht bij elkaar dat je ze in één middag samen kunt bezoeken. Over hun gedeelde geschiedenis schreven we al eerder. Dit keer gaat het om de praktijk: hoe maak je er een fijne middag van, en wat merk je aan de verschillen?
Groot en klein
Op de kaart zie je meteen het verschil. Hondón de las Nieves beslaat bijna zeventig vierkante kilometer, met naast het dorp ook de kernen El Rebalso en La Canalosa. Hondón de los Frailes is met ruim twaalf vierkante kilometer veel compacter, en telt zo'n elfhonderd inwoners.
Weetje: in het Valenciaans heten de dorpen El Fondó de les Neus en El Fondó dels Frares. Je ziet beide namen op de verkeersborden. Fondó en Hondón betekenen hetzelfde: de laagte, de kom.
Begin in Frailes
We beginnen graag in Hondón de los Frailes. Het dorp is klein en overzichtelijk, en heeft een rustig plein waar je zo even kunt zitten. De straten zijn smal en de huizen laag. Je merkt hier sterk hoe dicht het dorp nog tegen het land aan ligt: aan de rand van de kern begint al snel de wijngaard.
Daarna rijden of fietsen we naar Hondón de las Nieves. De weg loopt door de wijngaarden, en in de zomer zie je de witte zakjes rond de druiven hangen.
Een berg die over beide waakt
Boven de vallei rijst de Sierra de Crevillente op, met als hoogste punt La Vella op 838 meter. Vanaf Hondón de las Nieves loopt er een gemarkeerde wandelroute naartoe, de PR-CV 279. Het is een rondje van ruim twaalf kilometer met een klim van ruim vijfhonderd meter, dus eerder iets voor een hele ochtend dan voor een middag.
Weetje: de route is op zijn mooist begin februari, als de amandelbomen in de vallei in bloei staan. Vanaf de bergkam zie je dan aan de ene kant de zee en aan de andere kant het binnenland, met daartussen een zee van wit en roze.
Zo maak je er een middag van
Begin in het kleinste dorp en eindig in het grotere. Dan heb je aan het eind van de middag meer keus voor een terras of een hapje.
Neem de route door de wijngaarden in plaats van de hoofdweg.
Kijk je naar een woning in een van de twee dorpen, bezoek dan allebei. Ze liggen dichtbij, maar voelen echt anders.
En sluit af op een plein met een koffie of een glas wijn. Dan heb je de vallei in één middag geproefd.
Verder lezen: Toerisme en streekinformatie — Comunitat Valenciana


