Een dorp dat misschien naar granaatappels is vernoemd, pas in 1929 zelfstandig werd en ooit tweehonderd weefgetouwen telde. La Romana laat zich het best 's ochtends ontdekken.
Vroeg op pad
La Romana ligt een kwartiertje bij ons vandaan, en we gaan er het liefst 's ochtends heen. Dan staan de deuren van de bakker open, wordt er op het plein al gepraat voordat de koffie op is, en heeft de zon de stenen gevels nog niet opgewarmd. Het is een klein dorp van zo'n 2.500 inwoners, maar het heeft een eigen karakter dat je pas ziet als je de auto parkeert en gaat lopen.
Een naam vol fruit
De naam klinkt Romeins, en er liep in de oudheid inderdaad een Romeinse weg door de vallei. Toch denken historici dat de naam eerder uit het Arabisch komt: Al-Rumana, de granaatappels. Misschien groeiden ze hier vroeger in overvloed. Wij vinden het een mooi idee dat een dorp naar een vrucht is vernoemd.
Weetje: La Romana is als zelfstandige gemeente jonger dan je denkt. Pas op 24 mei 1929 vergaderde de eerste eigen gemeenteraad. Daarvoor hoorde het dorp eeuwenlang bij de baronie van Novelda.
Van weefgetouw tot marmer
Wie nu door de rustige straten loopt, kan zich moeilijk voorstellen dat La Romana ooit een kleine textielplaats was. Toch telde het dorp in 1793 zo'n 173 gezinnen, met samen tweehonderd weefgetouwen voor linnen. Later verschoof de economie naar de landbouw, met druiven, amandelen en olijven, en naar de natuursteen uit de bergen in de omgeving.
De kerk van San Pedro Apóstol is het hart van het dorp. Er stond al in 1729 een kapel voor de apostel; de huidige kerk vierde in 2010 haar honderdste verjaardag.
Wat de ochtend je vertelt
Als we iemand meenemen naar La Romana, lopen we eerst door de kern voordat we naar de villa's aan de rand kijken. Bij de bakker en op het plein merk je hoe de dag hier begint: wie elkaar groet, welke winkels open zijn, en of je het fijn vindt dat iedereen elkaar kent.
Daarna rijden we naar het buitengebied. Op de kaart lijkt een huis vaak vlakbij, maar de laatste kilometer bepaalt hoe vaak je nog even naar het dorp gaat voor een brood of een praatje.
Tips voor jouw ochtend
Kom vóór tien uur, als het dorp nog op zijn gewone ritme draait.
Neem minstens een uur voor de omgeving, ook als je eigenlijk voor één huis komt. Die kennis neem je mee naar je volgende bezichtiging.
Rijd de route van het huis naar de kern zelf, liefst op een werkdag.
En bestel bij de bakker gewoon iets wat je niet kent. Zo begin je een dorp het best te leren kennen.
Verder lezen: Toerisme en streekinformatie — Comunitat Valenciana



